Wie
was Célestin Freinet?
Célestin Freinet (1896-1966) was een Franse onderwijzer.
Omdat hij op zijn afgelegen dorpsschool merkte dat kinderen in zijn
klas nauwelijks geïnteresseerd waren in de droge leerstof, zocht
hij naar andere werkwijzen. Hij ging met zijn kinderen
de school uit om bedrijfjes in het dorp en de natuur in de omgeving
te bekijken.
Freinet ontwikkelde samen met de kinderen uit zijn klas en collega’s
technieken:
| waardoor ervaringen van de kinderen uitgangspunt
zijn voor het onderwijs; |
| De organisatie van het leven in de klas ligt meer in handen van
de kinderen. Er is sprake van zelfbeheer. Kinderen
leren van de ervaringen |
| van andere kinderen, volwassenen, culturen enz., waarbij de leraar
diepte en structuur aanbrengt. |
Freinetonderwijs: Wat is dat eigenlijk?
Het onderwijs vindt niet plaats aan de hand van vaste methodes, maar
vertrekt vanuit de ervaringen en belevingen
van de kinderen. De leraar en de groep zorgen er samen voor dat hier
zinvol mee gewerkt kan worden.
Leren is niet opnemen wat anderen bedacht
hebben, je leert pas echt als je al handelend experimenteel
kunt zoeken en ontdekken en daar met anderen over kunt communiceren.
De leraar bepaalt niet eenzijdig wat er gebeurt, maar de groep en de
leraar plannen in democratisch/coöperatief overleg het
werk.
Freinetonderwijs is iedere dag een avontuur!
Kenmerkend voor het freinetonderwijs is het respect dat
er is voor de mening en eigenheid van leerlingen, ouders en collega’s.
Behandel iedereen met respect, dat krijg je terug. Geef kinderen vertrouwen,
dat wordt niet beschaamd. De school is een coöperatieve leef- en
werkgemeenschap waar leerlingen, leerkrachten en ouders serieus worden
genomen en samen de verantwoordelijkheid dragen. De opvoedkundige relatie
tussen leerkracht en leerlingen berust op wederkerigheid en gedeelde
verantwoordelijkheid. Als leerkrachten een kind complimenteren, begeleiden,
beoordelen of straffen, vragen ze zich regelmatig af: “hoe zou
ik in zijn of haar plaats reageren?”. In freinetonderwijs kan
het kind gemotiveerd aan het werk, omdat hij zelf mee kan kiezen wat
hij doet. Het kind wordt serieus genomen. Geen school is dezelfde, dat
geldt zeker voor freinetscholen. De overeenkomst zit in de nu volgende
uitgangspunten:
| - De ervaringen en belevingen van de leerlingen vormen een vertrekpunt
van het onderwijs, waarbij de leerkracht en de groep ervoor zorgen
dat er zinvol gewerkt wordt. |
| - Leren is experimenteel zoeken en ontdekken. |
| - Het werk van de leerlingen moet plaatsvinden in een voor hen
zinvol verband. |
| - De opvoeding op school vindt plaats in democratisch/coöperatief
overleg. |
Gebaseerd op deze uitgangspunten ontwierp Freinet onder de
titel, Les invariants pédagogiques, een soort praktijkcode, een
reeks van pedagogische beginselen waaraan leraren op freinetscholen
zichzelf en elkaar kunnen toetsen. "Invariant" is wiskundejargon
en betekent : een onveranderd blijvende grootheid. Invarianten zijn
dus onveranderlijke basisprincipes. De 30 invarianten vertolken Freinets
inzichten over de aard van het kind, over de reacties van het kind en
over de opvoedende technieken.
Pedagogische varianten:
AARD |
1. Kind en volwassene zijn gelijk
van aard.
|
2. Groter zijn betekent niet noodzakelijk
superieur zijn.
|
3. Het gedrag van het kind op school
toont de functie van zijn gestel, van zijn fysiologische en organische
toestand.
|
REACTIES VAN HET KIND |
4. Autoritaire bevelen wekken weerstand
op. Niemand werkt graag op bevel.
|
5. Niemand staat graag in het gelid.
|
6. Niemand houdt ervan gedwongen
te worden. Niet het werk, maar het bevel wekt weerstand op.
|
7. Zelfgekozen bezigheden geven
meer voldoening (zelfs al zijn die taken soms moeilijker dan de
opgelegde).
|
8. Niemand werkt graag zonder te
weten waartoe zijn inspanning dient, zonder het te bereiken doel
mee te kunnen beslissen.
|
9. We moeten het werk motiveren.
|
10. Geen schools gedreun meer.
|
10bis. Ieder
mens wil slagen. Mislukking remt en breekt het enthousiasme.
|
10ter. Het werk,
niet het spel, is de natuurlijke bezigheid van het kind.
|
OPVOEDENDE TECHNIEKEN |
11. Het experimenteel zoeken is
de normale, natuurlijke en universele weg tot verwerving.
|
12. Het geheugen heeft slechts waarde
wanneer het experimenteel zoeken dient en zo werkelijk in dienst
staat van het leven.
|
13. Regels en wetten moeten het
resultaat zijn van ervaring, waarneming en onderzoek. Zoniet zijn
het waardeloze formules.
|
14. Intelligentie is geen gave die
alleen op eigen kracht teert, onafhankelijk van de andere vitale
elementen in het individu.
|
15. De school cultiveert een abstracte
vorm van intelligentie die zich - ver van de levende werkelijkheid
- voedt met woorden en ideeën, vastgelegd door het geheugen.
|
16. Een kind luistert niet graag
naar ex-cathedra-lessen.
|
17. Van levend, functioneel werk
wordt een kind niet moe.
|
18. Niemand - kind noch volwassene
- houdt van controle en sancties, die steeds kwetsen, vooral wanneer
ze publiekelijk gebeuren.
|
19. Cijfers en klasseringen zijn
fout.
|
20. Praat zo weinig mogelijk.
|
21. Kinderen houden niet van kuddewerk.
Ze verkiezen individueel werk of groepswerk binnen een eigen werkgemeenschap.
|
22. Orde en discipline zijn noodzakelijk
in de klas.
|
23. Straffen zijn altijd fout. Zij
zijn vernederend voor iedereen en bereiken nooit het beoogde doel.
Ze zijn hoogstens een noodoplossing.
|
24. Het nieuwe schoolleven veronderstelt
een schoolcoöperatie, d.w.z. het beheer van het leven en het
werk in de klas door de gebruikers, de leerkracht inbegrepen.
|
25. Overbevolkte klassen zijn altijd
pedagogisch fout.
|
26. Grote schoolcomplexen leiden
tot het anoniem naast elkaar leven van leerkrachten en leerlingen.
Ze belemmeren de opvoeding en zijn dus fout.
|
27. De democratie van morgen wordt
voorbereid door de democratie op school. Een autoritair schoolregime
kan geen democratische burgers vormen.
|
28. Men kan slechts opvoeden in
waardigheid. Dat de leerkrachten de leerlingen respecteren en de
leerlingen eerbied hebben voor hun leerkrachten is een van de eerste
voorwaarden tot onderwijsvernieuwing.
|
29. De pedagogische vernieuwing
is een element van de maatschappijvernieuwing; de reactie ertegen
is evenzeer een element van sociale en politieke reactie en is niet
te vermijden.
|
| 30. Om vooruit te komen, moet men
geloven in het leven, in een toekomst voor iedereen. |
Freinetonderwijs in de praktijk
Hoe gaat dat dan in de praktijk? Hoe leren kinderen iets bij? Célestin
Freinet heeft daarvoor een aantal methoden, die hij technieken noemde,
ontwikkeld. Natuurlijk staan die toepassingen niet stil en was een aanpassing
naar deze tijd noodzakelijk.
| - het kringgesprek |
| - de klassenvergadering |
| - de vrije tekst en de tekstbespreking |
| - levend lezen |
| - levend rekenen |
| - vrije expressie / kunstzinnige vorming |
| - de klassenkrant |
| - de wereldverkenning |
| - de correspondentie |
| - het dagboek |
Ben je nieuwsgierig geworden en wil je er graag meer over weten? Wij
verwijzen u graag door naar de website www.freinet.nl
Hier vind je uitgebreid informatie over de freinetpedagogiek. Neem ook
eens een kijkje op de website van andere freinetscholen.
|